Het besteedbare inkomen van Nederlandse huishoudens is in het tweede kwartaal nauwelijks gegroeid. Na correctie voor prijsstijgingen bleef 0,7 procent meer over dan in dezelfde periode vorig jaar.
In het eerste kwartaal bedroeg de groei nog 2,2 procent. Hogere lonen, meer banen en stijgende uitkeringen hielpen het inkomen omhoog, maar belastingen en premies liepen eveneens sterk op.
Altijd het laatste nieuws. Download net als duizenden Nederlanders de gratis Crypto Insiders app.
In het kort:
-
Het reëel beschikbare inkomen van huishoudens groeide in het tweede kwartaal met 0,7 procent.
-
De totale beloning van werknemers steeg met 5 procent en uitkeringen namen met 7,4 procent toe.
-
De cijfers gaan over alle huishoudens samen en zeggen niet hoeveel ieder afzonderlijk huishouden overhield.
Hogere lonen en meer banen helpen
De totale beloning van werknemers lag 5 procent hoger dan een jaar eerder, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Dat kwam door een combinatie van hogere lonen en extra werk. De cao-lonen stegen met 4,3 procent en het aantal banen nam met 1,1 procent toe.
Ook de ontvangen uitkeringen groeiden stevig. Huishoudens kregen samen 7,4 procent meer dan een jaar eerder. Veel uitkeringen bewegen mee met het minimumloon, dat 4,6 procent hoger lag.
Daarnaast gingen verschillende pensioenuitkeringen omhoog na de overstap van pensioenfondsen naar het nieuwe stelsel.
Niet iedere inkomensbron droeg bij. Inkomsten uit werk als zelfstandige en ander gemengd inkomen lagen samen 2,2 procent lager. Huishoudens betaalden bovendien 6,2 procent meer belastingen en sociale premies.
Gezamenlijk inkomen groeit minder snel
Het CBS kijkt naar het inkomen dat huishoudens na belastingen en andere overdrachten beschikbaar hebben om uit te geven of te sparen. Daarna worden prijsstijgingen eruit gehaald.
De overgebleven groei van 0,7 procent geeft dus aan dat het gezamenlijke besteedbare inkomen iets sneller steeg dan de prijzen.

Dat percentage is geen koopkrachtcijfer voor een gemiddeld gezin. Het gaat om het totaal van alle huishoudens en wordt ook beïnvloed door bijvoorbeeld het aantal banen en inwoners.
Een werknemer met een cao-verhoging, een zelfstandige met minder inkomsten en een gepensioneerde met een hogere uitkering kunnen daardoor een heel andere ontwikkeling ervaren.
De terugval van 2,2 procent groei in het eerste kwartaal naar 0,7 procent laat vooral zien dat de verbetering van het gezamenlijke huishoudinkomen in het voorjaar duidelijk is afgezwakt.







