Een Nederlandse man met een bijstandsuitkering handelde ruim een jaar in crypto, maar meldde dit niet. Ondanks dat hij verlies leed, stelt de gemeente Leeuwarden dat de man geen recht had op een uitkering. De Centrale Raad van Beroep vindt dat ook, maar is het oneens met de berekening van de gemeente.
Direct een melding bij belangrijk cryptonieuws? Download de gratis Crypto Insiders app.
In het kort
-
De man handelde een jaar lang met crypto op ongeveer 600 geregistreerde momenten en leed daarbij verlies.
-
De gemeente Leeuwarden vorderde 8.922,56 euro aan bijstand terug en legde een boete op van 645,26 euro.
-
De man ging in beroep, maar de Centrale Raad van Beroep is het in grote lijnen eens met de gemeente, hoewel de onderbouwing en berekening tekort schieten.
Handel met eigen geld werd te omvangrijk
De man ontving sinds februari 2019 bijstand. Tussen januari 2021 en februari 2022 kocht en verkocht hij ruim een jaar lang regelmatig crypto, blijkt uit het vonnis. Hij zou daarbij ongeveer 600 handelsmomenten hebben gehad.
Hij boekte uiteindelijk geen winst, maar verlies. Hij deed in deze periode ruim 17.000 euro aan stortingen op een cryptobeurs en 15.000 euro aan opnames. Met een eindsaldo van 1.700 euro, was zijn verlies enkele honderden euro's.
De Gemeente Leeuwarden heeft na ontdekking van zijn handelsactiviteit 8.922,56 euro aan bijstand teruggevorderd en een boete opgelegd van 645,26 euro. Volgens de gemeente had de man namelijk geen recht op een uitkering.
Gewoonlijk hoeven losse aan- en verkopen met eigen geld niet te worden gemeld. Dat wordt beschouwd als normaal vermogensbeheer. Maar vanwege de omvang en regelmaat van de handel vond de gemeente dat er bij deze man sprake was van inkomen uit vermogen.
Gemeente krijgt gelijk ondanks foute berekening
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de man zijn inlichtingenplicht schond,. Hij had zijn handelsactiviteiten en de bedragen moeten opgeven aan de gemeente Leeuwarden.
Wel is de Centrale Raad van Beroep het oneens met de berekening van de gemeente. De gemeente Leeuwarden baseerde zijn berekening uitsluitend op de opnames die de man deed van de cryptobeurs, zonder dat te verrekenen met zijn stortingen.
De Centrale Raad van Beroep droeg de gemeente daarom op om een nieuwe berekening te maken, voordat de hoogte van de boete kan worden vastgesteld .








