De toekomst van Box 3 draait om een fundamentele keuze. Gaat de Belastingdienst jaarlijks heffen over de waardestijging van vermogen, of rekenen beleggers pas af wanneer zij hun bezit verkopen? Het kabinet is er nog niet uit.
Ontvang dagelijks cryptonieuws op je Instagram feed - net als 27.000+ Nederlanders.
In het kort:
-
Een besluit over de toekomst van Box 3 is met ongeveer een half jaar uitgesteld.
-
Het bestaande wetsvoorstel belast ook waardestijgingen van beleggingen die nog niet zijn verkocht.
-
Een belasting die pas bij verkoop wordt geheven blijft nadrukkelijk op tafel liggen.
Twee belastingmodellen liggen op tafel
Het wetsvoorstel dat bij de Eerste Kamer ligt, moet vanaf 2028 het werkelijk behaalde rendement belasten. Voor aandelen en crypto telt daarbij in principe ook een waardestijging mee die de belegger niet niet heeft gerealiseerd.
De belasting kan daardoor al verschuldigd zijn terwijl de winst alleen op papier bestaat.
Vooral de VVD wil overstappen op een volledige vermogenswinstbelasting. In dat model wordt de winst pas belast wanneer bijvoorbeeld aandelen of crypto daadwerkelijk worden verkocht.
Dat geeft beleggers meer ruimte om de belasting uit de verkoopopbrengst te betalen.
De andere kant is dat de overheid langer op haar geld moet wachten. Volgens berichtgeving over de gelekte plannen ontvangt de schatkist hierdoor de komende jaren 11 tot 25 miljard euro later.
Rekening zorgt voor politieke impasse
De coalitiepartijen verschillen vooral van mening over hoe dat tijdelijke tekort moet worden opgevangen. Genoemde mogelijkheden zijn aanpassingen aan de erfbelasting en een zwaardere heffing op tweede woningen.
D66 en CDA willen voorkomen dat de rekening bij lagere inkomens terechtkomt. Tegelijk heeft het minderheidskabinet steun van de oppositie nodig. Daarom volgt er eerst nieuw overleg met de Tweede en Eerste Kamer.
Tijdelijke regels blijven voorlopig gelden
Het kabinet heeft daarom besloten om de plannen met ongeveer een halfjaar uit te stellen. In de Voorjaarsnota moet een nieuw plan worden opgenomen. Voor beleggers komt er door het uitstel niet direct een nieuw stelsel.
Zolang nieuwe wetgeving ontbreekt, blijft de Belastingdienst werken met het tijdelijke systeem. Daarbij wordt eerst gerekend met een vastgesteld rendement.
Wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager was, kan dat doorgeven. Het laagste bedrag is dan bepalend voor de belasting.
Het kabinet mikt nog altijd op een nieuw stelsel vanaf 2028, maar daarvoor zijn een politiek akkoord en goedkeuring van het parlement nodig. De Voorjaarsnota moet duidelijk maken welke van de twee routes het kabinet uiteindelijk kiest.








