De inflatie in de eurozone loopt weer op. In juli kwam het cijfer uit op 2,9 procent. Nu kijkt de markt naar de Europese centrale bank (ECB) wat het met de rente gaat doen.
Tip: Ontvang het belangrijkste cryptonieuws als eerste via de gratis Crypto Insiders app.
In het kort
-
De inflatie in de eurozone steeg in juli van 2,8 naar 2,9 procent.
-
Duurdere energie, mede door hogere olieprijzen na nieuwe spanningen tussen de VS en Iran, speelde mee.
-
Markten en economen richten zich op een mogelijke renteverhoging door de ECB in september.
Inflatie loopt op terwijl groei standhoudt
De inflatie in de eurozone is in juli uitgekomen op 2,9 procent. Dat is iets hoger dan de 2,8 procent van eerder, maar wel in lijn met de verwachtingen.
Het cijfer komt op een moment dat de economie van de eurozone veerkrachtige groei blijft tonen. Daardoor wordt het rentebesluit van de Europese Centrale Bank, de ECB, opnieuw belangrijker voor beleggers en economen.
Duurdere energie zet extra druk
Een belangrijke oorzaak van de stijging ligt bij energie. Hogere olieprijzen, na hernieuwde spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran, duwden de energiekosten omhoog.
Ook onder de oppervlakte liep de prijsdruk op. Zowel de kerninflatie als de diensteninflatie versnelde in juli.
Kerninflatie laat schommelende onderdelen zoals energie buiten beschouwing. Diensteninflatie gaat over prijsstijgingen bij diensten, zoals vervoer, horeca of andere dienstverlening.
Renteverwachting verschuift naar september
De nieuwe cijfers voeden de verwachting dat de ECB de rente opnieuw kan verhogen. Een hogere rente maakt lenen duurder en wordt gebruikt om prijsstijgingen af te remmen.
De aandacht verschuift nu naar september. Dan kijken markten en economen vooral of de ECB daadwerkelijk kiest voor een nieuwe rentestap.








