Huizenkopers betaalden in juli opnieuw meer voor een woning, maar de extreme prijsstijgingen lijken voorbij. De landelijke trend verhult echter grote regionale verschillen, met uitschieters in zowel prijsstijging als -daling.
Meer dan 18.000 Nederlanders ontvangen ons cryptonieuws via WhatsApp. Sluit je gratis aan.
In het kort
-
De prijsindex lag in juli 3,9 procent boven een jaar eerder en steeg 0,5 procent tegenover juni.
-
Kadaster registreerde 22.241 transacties, 5 procent meer dan in juli 2025; de gemiddelde transactieprijs was 500.988 euro.
-
Het tweede kwartaal liet grotere regionale verschillen zien, van plus 20,9 procent in Oost Gelre tot min 5,1 procent in Noord-Beveland.
Prijsstijging verliest stap voor stap vaart
In juli waren koopwoningen gemiddeld 3,9 procent duurder dan een jaar geleden, blijkt uit cijfers van het CBS en het Kadaster. Daarmee zwakt de prijsstijging op jaarbasis licht af, want in juni was de toename nog 4,1 procent.
Sinds het dieptepunt in juni 2023 is er sprake van een onafgebroken stijgende lijn. Vergeleken met de vorige prijspiek in juli 2022, liggen de huizenprijzen nu 17,9 procent hoger.

Meer verkopen, hogere gemiddelde transactieprijs
Niet alleen de prijzen stijgen, ook het aantal verkopen neemt toe. Het Kadaster registreerde in juli 22.241 transacties, een stijging van 5 procent vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder.
De gemiddelde verkoopprijs kwam uit op 500.988 euro. Dit bedrag is een gemiddelde van alle verkochte woningen en wordt, in tegenstelling tot de prijsindex, niet gecorrigeerd voor bijvoorbeeld het type of de staat van een huis.
Regio’s trekken verder uit elkaar
Eerder gepubliceerde landelijke cijfers laten grote regionale verschillen zien. Terwijl de prijzen landelijk in het tweede kwartaal met 4,2 procent stegen, liepen de ontwikkelingen per gemeente sterk uiteen.
De grootste prijsstijging werd gemeten in Oost Gelre (+20,9 procent), terwijl de prijzen in Noord-Beveland juist met 5,1 procent daalden. Over het algemeen was de prijsstijging in het oosten en noorden van het land sterker dan in het westen.
De grote steden bleven achter bij het landelijke gemiddelde: in Amsterdam stegen de prijzen met slechts 0,1 procent, in Utrecht met 2,2 procent, in Rotterdam met 3,2 procent en in Den Haag met 4,5 procent.








