PremiumFratsen bij de Federal Reserve — wat is er aan de hand?

Onlangs schreven we dat het mogelijk is dat centrale banken en financiële markten zichzelf in hun voet hebben geschoten door de obligatiemarkt nogal onaantrekkelijk te maken. Overheden en grote bedrijven moeten immers in staat zijn om hun exorbitante hoeveelheden schuld af te betalen of te herfinancieren met een behapbare rente. De rentes zijn nu echter zó laag dat obligaties niet meer interessant zijn vanuit een renteperspectief. Blijkbaar is er nog iets anders aan de hand bij de Amerikaanse centrale bank. Dat heeft GoldSilver-oprichter Mike Maloney ontdekt bij de online database van de St. Louis Federal Reserve. Er valt echter over te twisten wat en of er überhaupt iets aan de hand is.

Deze database biedt een groot aantal handige indicatoren over de economie, demografie en de financiële wereld. We hebben de site al eerder gebruikt om onder andere de money supply te kunnen meten. Nu is op deze site te zien dat een flink aantal indicatoren niet meer wordt geüpdatet. Bovendien gebeurt dit al een flinke tijd niet meer, zo geldt voor de aloude M2-grafiek dat deze al sinds afgelopen februari niet meer gevoerd wordt met nieuwe informatie. Maar hoe kan dat dan? In augustus hebben we nog beschreven hoe de M2-maatstaf met 33% is toegenomen. Het blijkt dat de centrale bank nieuwe data nu per maand toevoegt, in plaats van per week. Kennelijk is daar een nieuwe grafiek voor nodig.

fratsen_bij_de_federal_reserve_wat_is_er_aan_de_hand_grafiekAfbeelding 1: De website van de Federal Reserve’s FRED-database is nu bezaaid met dit soort meldingen en vreemde grafieken.

In de voetnoten onder de oude grafiek staat dat de nieuwe grafiek ook is gemaakt om aanpassingen in de meetmethode toe te kunnen voegen. Er is inderdaad ook een nieuwe grafiek, waar de vermelding dat de data in het vervolg per maand wordt geüpdatet prominent zichtbaar is. In de voetnoten onder de oude grafiek wordt verwezen naar een aankondiging en een vraaggesprek waar de precieze veranderingen in besproken worden. Het zijn onmogelijk ingewikkelde teksten waarin niet duidelijk wordt aangegeven in welke proporties de aanpassingen precies zullen gelden.

Uit de beschrijvingen blijkt dat de spaarrekeningen in de VS nu ook onder M1 vallen. Daardoor zien we sinds de veranderde meetmethode niet grofweg 6 biljoen Amerikaanse dollar onder M1 valt, maar 19 biljoen — een enorm verschil voor de onoplettende kijker. Er is dus in principe weinig aan de hand, maar je kunt je afvragen of het hierbij zal blijven. Overheden kunnen het zich immers niet veroorloven om de indruk te wekken dat we met torenhoge inflatie kampen, daarom kunnen meetmethoden worden aangepast. Het tegendeel zou immers alleen maar meer wanorde in het systeem brengen.

Zo heeft de overheid van het Verenigd Koninkrijk in 2020 besloten om bepaalde producten uit het mandje van de Consumer Price Index (CPI) te halen en om andere producten juist toe te voegen. Voor de 2021-versie van de CPI uit het VK geldt hetzelfde. Dat gebeurt om een ‘representatief beeld’ van het kostenplaatje van een huishouden weer te geven en op het ene moment in het jaar koop je natuurlijk andere dingen dan op andere momenten.

Er zitten soms echter een aantal onvolledigheden in de beredeneringen van dit soort instanties. Zo zegt het VK voor 2021 onder andere handreinigingsmiddelen, elektrische en hybride voertuigen en smartwatches te hebben toegevoegd, terwijl ‘gouden kettingen’ en ‘broodjes voor restaurantmedewerkers’ uit de index te hebben gehaald. Maar handreinigingsproducten zullen juist vórig jaar tijdens het begin van corona een significante uitgave zijn geweest, terwijl de angst voor corona nu minder begint te worden. En gouden kettingen? We nemen maar aan dat het gaat om sieraden. Waarom worden sieraden waarvan veranderingen in de vraag zijn waargenomen uit de index gehaald? Is het niet de bedoeling dat een index een correcte afspiegeling is van praktisch alle producten in een land? We kunnen moeilijk alles wat verkocht wordt in de index proppen, maar ze stonden er voorheen wél in. Het lijkt bovendien te gaan om vrij specifieke producten. Als er prijsveranderingen zijn waargenomen, dan zou dat te zien moeten zijn in de index — of ze nou in prijs gestegen of gedaald zijn.

Ook voor Nederland gelden specifieke regels. Ze lijken wat minder vreemd te zijn, maar het is bijvoorbeeld duidelijk dat beleggingen zoals koophuizen niet onder de consumentenprijsindex vallen. In Nederland is het relatief goed geregeld; koophuizen worden namelijk door een huurprijs-equivalent vertegenwoordigd in onze CPI. Echter geldt dit voor sommige andere landen niet.

Zelf was ik een tijd van mening dat kwantitatieve versoepeling niet voor inflatie kon zorgen. Een erg groot deel van dit geld was namelijk niets meer dan bankenreserves van commerciële banken. Je kunt dit zien als een soort spaarrekening van de bank. Vorige keer schreven we dat huizenprijzen zelfs erg gecorreleerd zijn aan de balans van de centrale bank — als de centrale bank geld ‘print’ stijgen huizenprijzen dus. Er is dus wel degelijk een correlatie tussen de praktijken van centrale banken en de prijzen van producten. Het ligt voor de hand dat inflatie op den duur ook duidelijk zullen gelden voor non-financiële producten.

Momenteel is er een belangrijke discussie gaande of de inflatie van vandaag de dag tijdelijk van aard (transitory) is of toch langer zal duren dan gedacht. Waar het ene kamp zich volledig achter de Federal Reserve schaart is de ‘transitory my ass-groep’ ervan overtuigd dat zelfs centrale banken de situatie niet goed in kunnen schatten en wellicht zelfs niet eerlijk zijn. Van welke overtuiging je ook bent is niet zo belangrijk, het is belangrijker om in het achterhoofd te houden dat beide partijen het aan het rechte eind kunnen hebben. Aan de ene kant wordt het onderliggende van mandjes als de CPI en M2 al jaren zo nu en dan aangepast, en we hebben al jaren geen significante inflatie gezien. Aan de andere kant wordt er nu zóveel geprint dat het wellicht noodzaak is om het aan te passen.

Stel je voor, je staat in een stadion. In het midden van het stadion ligt één druppeltje water dat zich om de paar seconden verdubbelt. Als er een bodempje water in het stadion staat ben je vermoedelijk eerder nieuwsgierig dan angstig. Maar voor exponentiële trends geldt dat het laatste en grootste deel van de optrend vliegensvlug wordt voltooid. Als het stadion voor de helft gevuld is met dit vreemde water, is het dan verstandig om er verbaasd naar te blijven kijken? Waarschijnlijk niet.

Laatste Nieuws

Volgende artikel