Foto: Elinena / Shutterstock.com
Stel je voor: je wilt jezelf beschermen voor de toekomst. Je spaart enkele maandsalarissen op, maar beseft dat inflatie de koopkracht hiervan uitholt. Je besluit te beleggen – een deel gaat naar een wereldwijd indexfonds, een deel in techaandelen, of zelfs nog wat bitcoin.
In feite neem je een verantwoord besluit: je stelt consumptie uit. Je zegt nee tegen impulsen vandaag, om iets over te houden voor morgen. Tegelijk geef je je geld een rol in de financiering van bedrijven, of zet je in op toekomstige groei – uiteraard met het risico op verlies.
Ongeacht hoe je vermogen eruit ziet, in Nederland ben je verplicht hierover een deel af te dragen. Deze belastingen hebben duidelijke functies. We betalen om gezamenlijke voorzieningen te financieren: zorg, onderwijs, spoorlijnen, dijken. We gebruiken belasting om verschillen te corrigeren: wie meer heeft, draagt meer bij. En soms sturen we gedrag, zoals met accijns op sigaretten of subsidie op zonnepanelen.
Of je het ermee eens bent of niet, de gezamenlijke lasten moeten worden gedragen. We hebben ervoor gekozen dat op deze manier te doen. Maar zelfs een overheid die belasting heft, hoort een belangrijk recht te respecteren: jouw eigendom.
Duizenden crypto-investeerders krijgen ons nieuws als eerste via WhatsApp. Gratis aanmelden.
Een juridische tik op de vinger
Dat is precies waar de Hoge Raad in 2021 ingreep. Het oude box 3-stelsel werkte met fictieve rendementen. Jarenlang ging de Belastingdienst ervan uit dat iedereen ongeveer vier procent per jaar rendement realiseerde, ook als je enkel spaargeld had, wat nauwelijks iets opleverde.
Je betaalde belasting over winst die je nooit had gemaakt. De hoogste rechter oordeelde dat dit in strijd was met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod.
Politiek Den Haag werd teruggestuurd naar de tekentafel. Als we geen fictie meer mogen belasten, dan moeten we dat gaan doen over de werkelijkheid. Dit plan kreeg vorm in de wet werkelijk rendement: vanaf 2028 kijken we niet langer naar een verzonnen percentage, maar naar wat het vermogen daadwerkelijk heeft gepresteerd.
In theorie klinkt dat rechtvaardig. In de praktijk zit in deze wet een fundamentele denkfout met desastreuze gevolgen voor een specifieke groep mensen.
Oude wijn in nieuwe boxen
De nieuwe vermogensbelasting maakt namelijk een cruciale afslag. Waar andere landen vermogensbelasting heffen over enkel de gerealiseerde winst – rendement wat daadwerkelijk is verzilverd – kiest Nederland ervoor om ook ongerealiseerde, papieren winst te belasten.
Laten we dit concreet maken. Stel, je hebt begin van het jaar 100.000 euro aan bitcoin. Eind van het jaar is het 180.000 euro waard. In de ogen van de fiscus is jouw vermogen toegenomen met 80.000 euro. Over die aanwas betaal je 36 procent belasting: 28.800 euro.
Maar hier is het cruciale detail: die 80.000 euro bestaat alleen op papier. Je hebt geen dividend ontvangen, geen huur geïnd, geen rente gekregen. Je hebt enkel een getal op een scherm dat hoger is dan een jaar geleden. Toch is de belasting wel echt. Die blauwe brief valt daadwerkelijk op je deurmat.
Heb je die 28.800 euro niet op je betaalrekening? Dan moet je een deel van je positie liquideren. Volg je een gedisciplineerde HODL- of DCA-strategie, dan word je nu gedwongen om actief te handelen. Je moet verkopen op het moment dat de Belastingdienst het eist, niet wanneer jij dat wilt.
Een momentopname
Dit wordt pas echt schrikbarend in het volgende realistische scenario. Crypto en groeiaandelen zijn volatiel. Koersen schieten omhoog, maar kunnen net zo hard weer dalen. Het nieuwe stelsel kijkt naar één moment: 31 december.
Heb je toevallig een topjaar achter de rug? Dan komt er een forse aanslag, ook al is die winst enkele maanden later weer verdampt. Verlies mag je later verrekenen, maar de belasting ben je nu verschuldigd. De staat gaat ervan uit dat je belegging in een rechte lijn stijgt, terwijl het zich soms eerder voordoet als een achtbaan.
Vermogensbescherming
Dan hebben we nog inflatie. De centrale bank stuurt al jaren bewust op gematigde geldontwaarding. Ongeveer twee procent is het streven, zo luidt de officiële doctrine. Dat betekent dat de prijzen van allerlei vermogensbestanddelen structureel mee stijgen.
Als een aandeel of bitcoin alleen maar duurder wordt omdat de euro minder waard wordt, ben je niet vermogender geworden. Je kunt er niet meer mee kopen dan voorheen. Maar deze nominale stijging noemt de wet gewoon vermogensaanwas en eist daar 36 procent van op.
Je betaalt dus effectief belasting over inflatie, of beter gezegd: belasting over vermogensbehoud.
Werkelijk rendement of werkelijke fictie?
Hier komt de fundamentele vraag die in het politieke debat ontbreekt: in hoeverre hebben we nu echt een systeem van werkelijk rendement? De Hoge Raad verbood het heffen van belasting over fictief rendement.
Maar is papieren winst – iets wat je niet hebt verzilverd, wat morgen weer kan verdampen, wat mogelijk alleen ontstaat door geldontwaarding – niet net zo fictief als dat oude forfaitaire percentage?
We zijn overgestapt van het ene fictieve systeem naar het andere. Alleen heeft het nu een andere vorm. Het oude stelsel verzon een percentage. Het nieuwe stelsel veronderstelt dat ongerealiseerde waardevermeerdering werkelijk is. Beide gaan voorbij aan de economische realiteit van de belastingplichtige.
De ironie is schrijnend: de rechter dwong ons af te stappen van fictie, maar we zijn beland bij een nieuw systeem dat misschien wel fictiever is. Want ten minste wist je bij het oude stelsel wat je te wachten stond. Nu moet je afrekenen over een waarheid die morgen alweer geschiedenis kan zijn.
De fiscale wurggreep
De vervolgvraag die we dan kunnen stellen is: wanneer houdt belasting op met belasting te zijn, en begint het op sluipende onteigening te lijken?
Niemand zal ontkennen dat vermogensongelijkheid is toegenomen. De top pakt een steeds groter deel van de taart, mede dankzij rendement op kapitaal en slimme structuren. Dat is een legitieme reden om het belastingstelsel aan te scherpen. Maar een rechtsstaat moet meer doen dan “de rijken pakken“. Hij moet grenzen stellen. Ook aan zichzelf.
Als je een stelsel ontwerpt dat mensen structureel dwingt hun vermogen aan te spreken om de belasting te kunnen betalen dan kom je gevaarlijk dicht bij iets wat juristen “confiscatoir” noemen.
Niet omdat de Belastingdienst daadwerkelijk je privésleutel komt ophalen, maar het effect is wel vergelijkbaar: jouw eigendom wordt in beslag genomen, niet omdat jij ervoor kiest, maar omdat de staat je ieder jaar verder uitknijpt.
Een reparatiewet die zorgt voor verdere afbraak
Het debat in Den Haag gaat nu vooral over begrotingsgaten en ICT-problematiek. Maar ergens onder dit dikke dossier komt een pijnlijke werkelijkheid naar boven: als we papieren winst blijven behandelen als echte rijkdom en daar agressief belasting over heffen, verandert beleggen langzaam van een vorm van toekomstplanning naar het klein houden van een deel van de bevolking die al met niets begon.
De cirkel is rond. We zijn terug bij af. Een nieuw debacle dreigt, waarvan we alleen nog maar kunnen hopen dat het achteraf fictie blijkt te zijn.