Foto: Shutterstock/Elinena
De Nederlandse Belastingdienst werkt met een 3-tal boxen om de financiële situatie van elke inwoner in kaart te brengen. Uiteraard niet alleen voor het overzicht, maar om te bepalen hoeveel belasting er moet worden betaald. Toch zijn er manieren om slim met de regels om te gaan, waardoor je jouw belastbare situatie wellicht wat gunstiger kan organiseren.
Boven heffingsvrije vermogen duizenden euro’s belasting
Box 3 is gericht op jouw vermogen aan het begin van het jaar. Hierbij kijkt de Belastingdienst naar spaargeld, beleggingen en vastgoed. Schulden worden hier nog wel in mindering gebracht. In 2028 veranderen de regels mogelijk, maar dat neemt niet weg dat schulden de te betalen belasting kunnen verlagen. Laten we eerst kijken naar een situatie waarin je samen met je partner boven het heffingsvrije vermogen zit volgens box 3.
We gaan ervan uit dat jullie 350.000 euro aan vastgoed hebben. Misschien een heerlijke vakantiewoning of een aantal garageboxen die je wil verhuren. Er rust geen hypotheek meer op de objecten, waardoor het volledig in eigendom is. Daarnaast heb je nog 50.000 euro op de bank staan.
Als fiscaal partners heb je een heffingsvrij vermogen van 118.714 euro. Dat breng je in mindering op je vermogen en resulteert in een totaal belastbaar vermogen van 281.286 euro. Het fictief rendement op de spaarrekening is 1,28 procent, waardoor dit 640 euro oplevert. Uit het vastgoed haal je volgens de Belastingdienst 6 procent rendement dat voor jou neerkomt op 21.000 euro. Daarnaast moet een schuldendrempel van 200 euro worden toegevoegd, waardoor het totaal aan rendement op 21.840 euro uitkomt.
De verhouding van het belastbaar vermogen en het totale vermogen is zo’n 70 procent, waardoor dit uiteindelijk een belastbaar rendement oplevert van 15.288 euro. De heffing van box 3 is 36 procent, waardoor je uiteindelijk 5.503,68 euro aan belasting moet afdragen.
Hypotheek levert meer schulden op en dus minder belasting
Stel nu dat we de schulden verhogen, zodat er minder belasting moet worden betaald. In dat geval sluiten we een hypotheek af op het onderpand. Een hypotheek van 70% van de waarde, wat neerkomt op 281.286 euro. De te betalen rente is 6,25 procent.
Doordat we nu een hypotheekschuld hebben, komen we precies op de drempel terecht. Zo hebben we 400.000 aan bezittingen, minus een schuld van 281.286 euro. Hierdoor komt het belastbaar vermogen op 118.714 euro, precies gelijk aan het heffingsvrije vermogen.
Het ontvangen geld van de hypotheek hebben we in dit voorbeeld doorgestort als agiostorting naar een eigen BV. Dit is een belangrijke stap, aangezien je anders naast extra schuld ook extra geld op naam krijgt. Per saldo levert dit dus geen voordeel op. Maar wanneer je het doorstort naar een BV is dit niet het geval.
Wat levert een nieuwe schuld op?
Via de BV ga je dit extra geld beleggen, oftewel zakelijk beleggen. Hiermee zou je ongeveer 8 procent rendement per jaar kunnen behalen. Laten we de voor- en nadelen eens naast elkaar leggen.
De nieuwe schuld zorgt er allereerst voor dat we geen belasting meer betalen in box 3, dat 5.503,68 euro oplevert. Wel hebben we extra kosten gecreëerd door de rente van de hypotheek. Dit komt met 6,25 procent uit op 17.580,37 euro per jaar. Als de dit van de eerdere besparing afhalen, blijft er een negatief resultaat over van -12.076,69 euro.
Maar met de beleggingen van het nieuwe kapitaal in de BV verdienen we in een jaar tijd ongeveer 22.502,88 euro. Hierdoor houden we aan het einde van de rit toch nog 10.426,19 euro extra over. Kortom, we betalen op deze manier geen belasting in box 3, maar door een extra schuld te creëren verdienen we mogelijk nog extra geld ook.