Foto: Fenix Prods / Shutterstock.com
Wie in Nederland tankt, betaalt in 2026 de hoogste belasting per liter van de hele EU. Het kabinet verlaagt de belasting niet, ondanks de hoge prijzen aan de pomp. In plaats daarvan kiest de regering voor gerichte financiële steun voor lagere inkomens, omdat die aanpak volgens haar effectiever en goedkoper is.
Meer dan 18.000 Nederlanders ontvangen ons cryptonieuws via WhatsApp. Sluit je gratis aan.
In het kort
- Nederland heeft met 1,26 euro per liter de hoogste brandstofbelasting van de EU. Meer dan de helft van de pompprijs bestaat uit belasting.
- De accijns is begin 2026 met zeven procent verhoogd. Volgens het kabinet is een algemene belastingverlaging te duur en niet effectief.
- Andere Europese landen, zoals Spanje en Ierland, verlagen de belasting wel. Het kabinet kiest voor gerichte financiële steun aan lagere inkomens.
Belasting per liter: Nederland koploper in Europa
Van de gemiddelde literprijs voor benzine van 2,35 euro gaat 1,26 euro direct naar de staatskas, volgens de Europese Commissie en de ANWB. De kale literprijs, dus zonder heffingen, is 1,09 euro. Daarmee is Nederland koploper in de Europese Unie.
Denemarken (1,16 euro) en Finland (1,15 euro) hebben ook hoge brandstofbelastingen, maar het verschil met Nederland is nog steeds groot. In Zuid-Europese landen zijn automobilisten veel goedkoper uit. De belasting per liter ligt in Spanje (0,70 euro) en Italië (0,79 euro) bijvoorbeeld bijna de helft lager.
Waarom verlaagt de overheid de belasting niet?
Het kabinet stelt dat een algemene verlaging van de brandstofbelasting te duur is en niet doelgericht genoeg. Volgens de regering komt zo’n maatregel vooral ten goede aan bezitters van grotere, minder zuinige auto’s, terwijl de kosten voor de staatskas flink oplopen.
In plaats daarvan kiest de overheid voor gerichte financiële steun, zoals hogere toeslagen of belastingkortingen voor mensen met een laag of middeninkomen. Het kabinet wil de staatsschuld ook niet verder laten oplopen voor een belastingverlaging, uit vrees dat dit de inflatie aanwakkert.
Zo is de benzineprijs opgebouwd
Meer dan de helft van wat je aan de pomp betaalt, bestaat uit twee soorten belasting: accijns en btw. De rest van de prijs wordt bepaald door de productiekosten (ongeveer 38 procent) en de winstmarge voor het oliebedrijf en de pomphouder (ongeveer negen procent).
Een opvallend detail: in Nederland betaal je belasting over belasting. De 21 procent btw wordt namelijk berekend over de totaalprijs, dus ook over het accijnsbedrag. De accijns is begin 2026 met zeven procent verhoogd. Een succesvolle lobby van de ANWB voorkwam een nog grotere stijging.
Hoe doen andere landen het?
Terwijl Nederland vasthoudt aan hoge belastingen, nemen andere EU-landen wel maatregelen. Zo heeft Ierland de accijns verlaagd en heeft Spanje de btw op brandstof tijdelijk teruggebracht van 21 naar tien procent.
Sommige landen gaan nog verder. Kroatië en Hongarije hebben een maximumprijs voor brandstof ingesteld. Oostenrijk en Italië werken ook aan maatregelen om de prijzen voor consumenten te beperken.
Voorlopig blijft de Nederlandse automobilist dus de hoofdprijs betalen. Het kabinet houdt vast aan zijn beleid, waardoor de kans op een snelle verlaging van de brandstofbelasting klein is.