De komst van de digitale euro roept bij veel cryptobeleggers hevige weerstand en angst voor overheidscontrole op. Maar is deze nieuwe munt wel echt zo gevaarlijk?
In de nieuwste aflevering van De Cryptotafel podcast legt financieel econoom Thomas Bollen uit waarom de angst voor een ‘spionagemunt‘ volgens hem zwaar overdreven is.
Volg onze podcast gratis op Spotify en mis nooit meer een aflevering.
Wantrouwen sinds de coronacrisis
Sinds de coronacrisis en de bijbehorende vrijheidsbeperkingen is het wantrouwen richting de overheid in bepaalde hoeken van de samenleving enorm gegroeid, zo observeert Bollen. Vooral binnen de crypto-community, waar privacy en een kritische houding tegenover de overheid centraal staan, merkt de econoom dat de angst leeft dat de overheid al je uitgaven gaat controleren. Velen vrezen dat je bij een volgende ramp plotseling niet meer bij je geld kunt.
Bollen zag deze diepe angst zelf van dichtbij toen hij een debat over dit onderwerp bezocht. Het hele plein voor de Tweede Kamer stond onverwacht vol met demonstranten en spandoeken met teksten als “Zeg nee tegen CBDC” en “Maak van Nederland geen China”.
Geen spionagemunt maar keuzevrijheid
In plaats van een bedreiging, noemt Bollen de digitale euro juist “een overwinning voor het publiek belang”, omdat het afhankelijkheid van commerciële banken vermindert. Bovendien schetst de wetgeving een heel ander plaatje: de acceptatie van contant geld wordt juist beter verankerd en je behoudt gewoon al je huidige banktegoeden en betaalmiddelen.
“Als ze je gedrag gaan sturen, dan ga je dat natuurlijk simpelweg niet gebruiken.”
Zolang er verschillende soorten geld naast elkaar bestaan, ligt de macht bij de burger. Bij een mogelijk doemscenario stappen consumenten direct over op contanten of crypto. De stelling dat de digitale euro de ultieme nachtmerrie is voor onze vrijheid, verwijst Bollen dan ook resoluut naar het rijk der fabelen.
De volledige aflevering van De Cryptotafel is te beluisteren via Spotify en YouTube.